Huisinzegening

zegeningIk ben in gesprek met een mevrouw van 96 van Indonesische afkomst die een jaar in een nieuwbouwwoning woont samen met haar dochter. Mevrouw vertelt dat ze elke nacht wakker wordt en dan het gevoel heeft dat er iemand aan haar armen of benen trekt. Daarom wil ze graag dat haar huis ingezegend wordt.
Ik begrijp het verband niet tussen de inzegening en het gevoel van mevrouw dat ze ’s nachts wakker gemaakt wordt. Ik vraag er bij mevrouw over door. Ze vertelt mij dat ze gelooft dat ze na dit leven zal worden opgevangen door haar overleden vader en moeder. Zij zullen haar ziel helpen de weg naar de hemel te vinden. “Maar”, vertelt ze, “in onze traditie zijn er ook zielen die die opvang niet hebben en dan op aarde blijven ronddolen tot zij de weg naar de hemel hebben gevonden. Als zij ronddolen kunnen levende mensen daar last van hebben.” Op de plek waar het huis van mevrouw staat, heeft vroeger een bejaardentehuis gestaan. Zij denkt nu dat er nog zielen van mensen die toen zijn overleden ronddolen en haar slaap verstoren. Een inzegening van het huis zou rust hier in kunnen brengen. Ik vraag mevrouw hoe ze zich dit voorstelt. Het eerste wat ze mij dan vraagt of ik tot God wil bidden of de ronddolende geesten in zijn armen mogen worden opgenomen, zodat zij rust krijgen. “En dan alle ruimtes in dit huis zegenen en besprenkelen met gezegend water! En natuurlijk daarna gele rijst eten met elkaar, want mijn familie zal er ook zijn als het huis wordt ingezegend”, zegt ze.
Voor dit gebeuren heb ik een korte liturgie gemaakt, zodat we in afwisseling tussen voorganger en allen de teksten kunnen uitspreken. Daar waar in de liturgie een V staat spreekt de voorganger de tekst uit en daar waar een A staat worden allen uitgenodigd de tekst mee te zeggen. Zo lezen we samen een versie van psalm 127.
V: Als de Heer het huis niet bouwt,
bouwt vergeefs de metselaar.
A: Als de Heer het huis niet bezielt,
wordt dit huis geen thuis.
V. Het is zinloos om vroeg op te staan en te werken
als er geen vrede en mededogen is in dit huis.
A: Waarom al dat getob voor ons dagelijks brood
als het niet gezegend is door de Heer tot brood om te delen.
V: Kinderen zijn een geschenk van de Heer,
zij geven glans en verrassen met leven en toekomst.
A: Gelukkig het huis waar ook kleinkinderen thuis mogen zijn: zij vallen ten deel en roepen zoveel wakker!
V: Gelukkig de mens die veilig woont in een huis
omgeven door muren en met open deuren.
Op tafel staat een mooie handbeschilderde aardewerken schaal met water en er is heerlijk ruikende rozenolie aan toegevoegd. Ik spreek de zegening over dit water uit terwijl ik een zegenend gebaar maak. De familie en ik vormen een soort processie. we gaan elk vertrek in dit huis binnen en ik zegen de ruimte en besprenkel de ruimte met het water vermengd met de rozenolie.
Na afloop bidden we samen waarin ik voorbede doe voor mevrouw en haar familie en sluiten we het gebed af met het Onze Vader. Dan volgt er een heerlijke Indonesische maaltijd, feestelijk gedekt aan tafel.

Twee weken later bezoek ik mevrouw. Ze ligt op bed en heeft veel pijn. De volgende dag zal ze worden geopereerd en een nieuwe heup krijgen. De inzegening staat op de achtergrond, maar ik hoor ook niet meer dat er boze geesten zijn geweest die haar hebben lastig gevallen. ‘Het is nu mijn heup waar ik het te kwaad mee heb”, zegt ze.